Celestine

De vergeten geschiedenis van een jonge vrouw op het Franse platteland.

Gillian Tindall, 1995; Nederlandse vertaling 2001.

Tindall, historica, koopt in 1972 een huis in Chassignolles in de Berry, Midden Frankrijk.

Tot 1954 was het bewoond door Zenaide en haar vriend, een Australische kunstschilder. Na hun overlijden werd het huis ontruimd door haar neven, maar 1 kartonnen doosje bleef achter in het huis: dit bevatte zeven brieven, alle gericht aan Célestine, de grootmoeder van Zenaide, geschreven tussen 1860 en 1870. 6 liefdesbrieven, 1 brief van haar broer.

Tindall gaat op zoek in plaatselijke archieven en achterhaalt zo vele feiten, vooral geboorte- en sterfdata, maar ze leest ook de notulen van de gemeentesecretaris (Célestine's vader was de eerste gemeentesecretaris), later kranten en ontdekt wat de mensen destijds bezighield. Rode draad is de levensgeschiedenis van Célestine en haar verwanten. Ze bezoekt de oude mensen in de dorpjes en achterhaalt verhalen over vroeger; soms ook verhalen die hen weer zijn verteld. Ze beschrijft op basis hiervan hoe het leven er uitzag, hoe mensen dachten en handelden. Ze beschrijft het leven vanaf de Middeleeuwen en betrekt oorlogen en versjes erbij. Door haar schrijfstijl is het echter geen taaie kost, maar leest het als een roman. Ze schrijft over de bewoners van Chassignolles en La Châtre, 7 km verderop, over Chateuroux, 35 km verder en over hoe zij dachten over de beroemde George Sand die 5 km verderop in Nohant woonde (1804-1876) en ze citeert Sand uit haar boeken als ze over La Châtre schrijft.

Een paar citaten uit "Célestine":
"Mij werd verteld dat Célestine een van de laatste oude dames uit de streek was die als onderdeel van hun alledaagse kledij een witte, geplooide muts droegen met een bandje onder de kin, zoals je ze tegenwooridg in het museum kunt vinden. Ze was een vriendelijk mens geweest met een eigen uitstraling, aan wie men met respect terugdacht, zij het ook met een zekere droefheid, stroefheid, schuldgevoel misschien. Niemand wist meer wanneer ze precies was gestorven, maar dat was niet in het dorp gebeurd en ook niet in La Châtre. Het was in Chateauroux gebeurd, wel 35 km hiervandaan, bij de Kleine Zusters van de Armen. Op het Franse platteland duidt een einde bij de Zusters, hoe toegewijd ze ook zijn, op een in gebreke blijven van de familie of de samenleving. "

Tindall gaat op zoek naar haar graf en ziet dat ze geboren werd in 1944, ze overleed in 1933. Haar zoon Charles werd geboren in 1865 en overleed in 1934. Zenaide werd geboren in 1895 en stierf in 1954.

"Geruchten over de komende spoorweg begonnen al aan het einde van de jaren dertig de ronde te doen: toen werd de eerste spoorlijn van Parijs naar het nabijgelegen St. Germain-en-Laye in gebruik genomen, maar dat was meer een spel dan een serieuze onderneming, en de commerciele mogelijkheden van vervoer per spooor waren nog tot bijna niemand doorgedrongen. Het was echter bekend dat de spoorwegen in Engeland zich aan eht uitbreiden waren en de eerste echte spoorlijnen wrden ontworpen met behulp van Engelse adviezen en investeringen: het waren die van Parijs naar Rouen (geopend in 1843) en van Parijs naar orleans (1845). Orleans ligt halverwege Parijs en de Berry, dus zodra de lijn op de kaarten was gezet oppperde de plaatselijke overheid onmidellijk dat ze heel goed via dit gebied naar het zuiden kon worden doorgetrokken.
Niet iedeeen was blij met dit vooruitzicht. Voermannen, stalhouders, postiljons, koetsiers en herbergiers klaagden allemaal dat de ijzeren weg hen brodeloos zou maken: ze dachten blijkbaar dat de spoorwegen tot in de kleinste uithoeken zouden doordringen. In een laatdunkend hoofdartikel in et Journal de 'l Indre werd opgemerkt dat de mensen ondanks hun veelbezongen ontwikkeling - die paar extra scholen? Meer marskramers? Meer jurken van rose zijde? - niet wisten waar ze het over hadden. De spoorwegen, zo legde de hoofdredacteur uit, vernietigden de handel niet, maar bevorderden hem juist. De schrijver ontkrachtte vervogens zijn eigen betoog door te zeggen dat de nieuwe uitvinding waarschijnlijk nooit tot het departement van de Indre zou doordringen.

Maar in Chateauroux had de spoorwegkoorts al toegeslagen nog voor er treinen reden. Er werden grote plannen gemseed. Men verleende vergunningen en bracht aandelenop de markt. Halverwege de jaren veertig werkten meer an duizend arbeiders aan de spoorlijndie van Orleans via Vierzon en Issoudun naar Chateauroux liep. Die arbeiders kregen 's avonds gratis les in lezen, schrijven en rekenen: nog meer ontwikkeling en misschien ook een poging het kwaad te voorkomen dat gewoonlijk door groepen alleenstaande mannen wordt gesticht."

Célestine trouwt met geen van de schrijvers van de liefdesbrief, maar met een Pierre. 2 weken ervoor ontvangt ze de laatste liefdesbrief.
Tindall: "Alles wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat ze niet van ganser harte met dit huwelijk instemde, dat ze voldoende twijfels had om ervoor te zorgen dat een andere jongen haar te elfder ure nog het hof maakte - maar dat ze desondanks op de afgesproken dag met Pierre Robin is getrouwd en bijna vijftig jaar lang lief en leed met hem heeft gedeeld.
Het jonge paar ging in La Châtre wonen, in een straat die vanuit een van de oude, nog steeds bestaande stadspoorten kwam. Naast een olieslagerij bezaten de ouders van Pierre Robin een wijngaard buiten de stad; "

De ouders van Célestine hadden een herberg.

"In 1894 was haar zoon Charles getrouwd. Hij was toen negenentwintig en zijn bruid was een meisje van nog geen 20, Blanche D., geboren in Tours. ... Men zegt dat ze een knap meisje met donkere ogen was, groter dan haar echtgenoot. De destijds modieuze naam 'Blanche' doet maatschappelijke ambities vermoeden; warschijnlijk had ze een goede opvoeding gehad en kon ze zich goed uitdrukken. Haar moeder was overleden en van har vader, die misschien wel uit Parijs kwam, werd gezegd dat hij ' een bemiddeld man'  was. Met andere woorden, ze was een goede partij vooor Charles, de enige zoon.....

Zenaide Robin werd in 1895 keurig op tijd geboren. En toen werd Blanche gek.
Zo wordt die ramp in ieder geval beschreven in de overlevering van het dorp. Tegemwoordig zou men een kraambedpsychose vermoeden, die goed met medicijnen te behandelen is. Of je zou kunnen denken aan een manisch gekleurde toestand van overspannenheid. Niemand die heden ten dage nog in leven is herinnert zich de doop van de baby. Maar een aantal mensen heeft als kind gehoord dat er over Blanche werd gepraat: 'Er werd gedanst; dat deden mensen toen nadat er een baby was gedoopt. En hoewel ze nog maar pas van het kraambed was opestaan, deed Blanche er aan mee. En ze danste, danste en danste maar, de hele nacht door - ze wilde er niet mee ophouden...'

'De mensen bleven maar tegen haar zeggen: "Maar ga nu toch zitten, ma chere. Rust even uit. Als je zo doorgaat, raak je uitgeput. Denk aan de baby..." Maar het leek wel of ze echt niet kon stoppen. Ze bleef doordansen".
...
Blanche herstelde - maar kreeg opnieuw een inzinking. Dat werd in de jaren daarna een terugkerend patroon.
...

Twintig jaar geleden had de prefet van het departement - en dat was nog nooit eerder voorgekomen - aan de commune van Chassignolles gevraagd een bijdrage te leveren aan de kosten van het levensonderhoud van een van de dorpsbewoners, die in het gesticht van Limoges moest worden opgesloten, maar dat was zo omdat van hem werd gezegd dat hij aliéné was, 'buten zichzelf', en zich niets meer van zijn familie aantrok. Het gewone ziekenhuis in La Châtre, een zeer oud religieus instituut dat vondelingen in de omgeving uitbesteedde, was klein en slechts uitgerust met het allenoodzakelijkste, een combinatie van een weeshuis, een eerstehulppost voor eenvoudige verwondingen en een toevluchtsoord voor verarmde bejaarden.
In de jaren negentig verrezen op het Franse platteland grote krankzinnigengestichten, zoals dat al eerder in Engeland was gebeurd, maar de laaggelegen Berry beschikte nog niet over zo'n gesticht; bovendien waren die oorden slechts bestemd voor verpleging en onderdak. Om iets te krijgen wat op behandeling leek, had Blanche waarschijnlijk naar Parijs moeten gaan. Daar, in de Salpetiere, had Charcot, de bekende patholoog en leermeester van Freud, voor het eerst gewezen op hysterische aandoeningen; 'neurasthenie' was nu een modieus begrip. Het hele thema van de krankzinnigheid was echter verstrikt geraakt in de fin de siecle-debatten over 'decadentie', de slechte invloed van de steden en de erosie van de moraal bij ontwortelde mensen: oorzaken die nauwelijks van toepassing konden worden geacht op Blanche Robin in Chassignolles."

...
Madame C over Célestine: "Ik denk niet dat Célestine - ik kende haar natuurlijk als madame Robin - ooit iets heeft gezegd over haar schoondochter of over hoe het allemaal verder  verliep. Ze nam het zoals het was. Dat was natuurlijk het beste wat ze kon doen. Maar toch ... Charles was volgens madame C. beslist innemend, maar niet realistisch, een dromer - 'zelf niet helemaal goed snik', alsof krankzinnigheid besmettelijk was!'

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

Veel boeiende details en de levens van veel mensen passeren de revu; het verleden gaat hierdoor leven. Leuk om te lezen tijdens mijn vakantie in een oud dorpje in de Auvergne.